Advocaat-Generaal Martens-Sotteau stierf in 1938. Hij is begraven op de beroemde Campo-Santo begraafplaats te Sint-Amandsberg.
Hij heette oorspronkelijk Georges Martens en was nakomeling van een Franstalige adelijke familie te Gent. Zoals het in die tijd wel vaker voorkwam, kocht hij een tweede familienaam namelijk die van zijn moeder. Vanaf dan heette hij voluit Georges Martens-Sotteau.
Hij was alleenstaand en had geen kinderen. Bij testament heeft hij zijn erfenis overgemaakt aan de 'Dochters der Liefde', een kloosterorde met hoofdzetel te Ans, nabij Luik. Martens-Sotteau gaf aan de 'Dochters' de opdracht om met zijn erfenis een tehuis op te richten voor arme kinderen en weeskinderen. Het moest zijn naam dragen.
Dit gebeurde ook en er werd in 1942 gestart in een oud kasteeltje te Oostakker. Daar is nu een kleuterschool. In de jaren vijftig hebben de Dochters der Liefde een nieuw tehuis laten bouwen op de grote terreinen, die rond het kasteeltje lagen. Vanaf dan werden tot 90 kinderen opgenomen.
De congregatie heeft Gent verlaten begin jaren 70. Vanaf dan heeft een V.Z.W., met lekenbeheerders, het tehuis overgenomen. Al gauw heeft men zich ingevoegd in de subsidiëring van de Belgische overheid (ministerie van justitie) en later van de Vlaamse Overheid (ministerie van welzijn).
Eind 1994 verhuisde het tehuis naar een nieuwbouw, nog altijd op de terreinen en met een deel middelen van Martens-Sotteau.